Hugo Nestor Verriest (Deerlijk, 25 november 1840 - Ingooigem, 27 oktober 1922) was een Vlaams priester, dichter, schrijver en redenaar. Hij was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het cultuurflamingantisme en promotor van de Vlaamse Beweging.
Omstreeks 1850 kreeg Verriest les van Pieter Jan Renier. Als leerling van het Kleinseminarie in Roeselare kreeg hij in 1857 gedurende een negental maanden les van Guido Gezelle. In 1864 werd hij tot priester gewijd.
Tussen 1864 en 1867 was hij leraar aan het Sint-Lodewijkscollege in Brugge en van 1867 tot 1877 gaf hij zelf les aan het Kleinseminarie van Roeselare. Hier had hij Albrecht Rodenbach en Constant Lievens als leerlingen. In 1877 werd hij rector van een nonnenklooster in Heule, in 1878 principaal van het college van Ieper, in 1888 pastoor van Wakken en in 1895 pastoor van Ingooigem.
Hugo Verriest was de geestelijke vader van de Blauwvoeterij. De Blauwvoeterij was een romantische Vlaamsgezinde beweging die rond 1875 ontstaan was in het Klein Seminarie van Roeselare. Hij deed in West-Vlaanderen de slogan: ‘Dat volk moet herleven!’ ingang vinden. Door zijn uitstraling had hij een grote invloed op zijn leerlingen die hij in de geest van priester-dichter Guido Gezelle onderwees.
Verriest had een uitgesproken politiek temperament. Hij propageerde de vernederlandsing van het middelbaar en van het hoger onderwijs in heel Vlaanderen. Hij was samen met Emiel Lauwers en Alfons Depla stichter van ‘De Nieuwe Tijden’ en werkte mee aan ‘’t Manneke uit de Mane’. Kenmerkend voor zijn brede visie is dat hij ook meewerkte aan de tweede reeks van ‘Van Nu en Straks’. In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Hij ontving ook de doctorstitel ‘honoris causa’ van de Katholieke Universiteit Leuven.