Pastoor van Deerlijk 1913-1920
Pastoor Aimé Dieudonné Desmedt werd geboren in 1856 in Wielsbeke. Bij zijn inwijding op 16 oktober 1913 bood hij zijn vrienden een feestmaaltijd aan. De feeststoet trok door de hoofdstraten van Deerlijk en aan de kerk, de school en een aantal huizen waren er opschriften aangebracht om de nieuwe pastoor welkom te heten. Een specialist in het maken van die gedichtjes was hoofdonderwijzer Prosper Opsomer. Hij maakte het gedicht dat aan het gemeentehuis prijkte:
Hoor hoe ’t blijde feestgeruisch
Door Deerlijk komt gevaren;
Het welkom van ’ t gemeentehuis,
Wil zich er ook bij paren.
Het was ook de gewoonte dat de zelfstandigen van het dorp bij de inhuldiging van een nieuwe pastoor welkomstverzen lieten aanbrengen op de gevel van hun huis. Schoenlapper Pieter Callant wilde iets doen om pastoor Desmedt te verwelkomen. Florke Bettens moest een gedicht maken om aan zijn gevel te bevestigen:
Hier op de Dries, aan de ene kant,
Woont Pierke Clant,
Pierke en zijn vrouw,
Zijn allebei in de rouw,
Want ze lopen van ’s morgens tot ’s avonds,
Zo zwart als de schouw!
Schoenlappers hadden zwarte handen door hun werk met pekdraad en Pierke en zijn vrouw zagen nogal zwart van het vuil. Iedereen moest lachen om het opschrift. Pierke en zijn echtgenote, die niet konden lezen noch schrijven, meenden echter dat het een heel mooi gedicht was ter ere van de nieuwe pastoor …
Op 29 juni 1920 overleed pastoor Desmedt. Hij was tijdens de Eerste Wereldoorlog pastoor van Deerlijk. Zijn graf is gebouwd in blauwe hardsteen.