René De Clercq (1877 - 1932)

René De Clercq werd op 14 november 1877 geboren in de Leegstraat in Deerlijk. De straat werd in 1941 herdoopt tot René De Clercqstraat. Zijn geboortehuis is wettelijk beschermd en sedert 1991 ingericht als gemeentelijk museum. Het René De Clercqgenootschap beheert het museum.

Schuin over zijn geboortehuis werd in 1970 een borstbeeld onthuld. De Gentse beeldhouwer Luc Van Parijs vervaardigde het werk.

De Clercq promoveerde in 1902 tot doctor in de Germaanse filologie aan de universiteit van Gent met een proefschrift over Guido Gezelle. Hij was achtereenvolgens leraar in Nijvel, Oostende en Gent. De Clercq debuteerde in het spoor van Gezelle met volkse, levenslustige en sterk ritmische gedichten over het land- huis- en ambachtsleven.

De Duitse inval in augustus 1914 bracht hem ertoe te vluchten naar Nederland. Hij was er leraar aan de Belgische School in Amsterdam en redacteur van "De Vlaamsche Stem", het dagblad voor de Vlaamse bannelingen in Nederland. In 1917 keerde hij kort terug naar Vlaanderen. Het einde van de Eerste Wereldoorlog en zijn sterk Vlaams activisme leidde ertoe dat hij in 1918 terug naar Nederland uitweek waar hij tot aan zijn  dood in 1932 in ballingschap verbleef. Als activist werd hij door het Belgische gerecht in 1920 bij verstek ter dood veroordeeld.

Vijftig jaar na zijn dood werden zijn beenderen en zijn grafmonument overgebracht naar zijn geboortedorp Deerlijk. Het is opgesteld aan de zuidkant van de kerk. Jozef Cantré vervaardigde het monument in 1936. Het stelt de dichter voor die oprijst in de ‘tuin van Dietsland’. Met het aangezicht naar de zon gekeerd drukt De Clercq zijn dichtbundel ‘De Noodhoorn’ tegen het hart. Met zijn linkerhand laat hij moeder aarde niet los. Moeder aarde refereert aan zijn Vlaanderen, zijn Dietsland.