De kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ter-Ruste

Marguerite Keldewiers liet in 1639 de kapel bouwen. Zij was de moeder van Walrand du Bois. Hij was deken van het kapittel van Harelbeke.

Aan de kapel is een legende verbonden. Adriaan de Cassina, Heer van Deerlijk, verkeerde in grote nood en nam zijn toevlucht tot Onze-Lieve-Vrouw. Hij beloofde de grootste boom van zijn bos te vellen om er op de Asschendries een kapel voor haar mee te bouwen. Zijn gebed werd verhoord. Zijn zieke zoontje genas. Maar de belofte werd vergeten. Toen Adriaan de boom voor een ander doel liet vellen en hij hem vervoerde langs de Asschendries konden de paarden en de wagen niet meer verder. De kasteelheer deed de boom doorzagen en tot zijn verrassing stak er een klein beeldje van Onze-Lieve-Vrouw in. Dit herinnerde hem aan zijn belofte en zo werd de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ter-Ruste gebouwd.

25 maart is de dag van de ‘Kapellekensommegang’. Dit is het feest voor Onze-Lieve-Vrouw-ter-Ruste en de bedevaart naar haar kapel door de moeders van Deerlijk en omstreken met hun kroost. Op die dag trok een processie door de dorpsstraten die de legende van de boom uitbeeldde.

Deze legende is niet typisch voor Deerlijk. Elementen als een wonderbaarlijke genezing en een boom met een beeldje erin vinden we ook terug in andere Marialegenden die verbonden zijn aan bedevaartsoorden zoals in Kerselare, Emelgem, Lochristi en Scherpenheuvel.

De kapel heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. Tijdens de Franse Revolutie werd zij voor de eredienst gesloten en openbaar verkocht. Zij diende achtereenvolgens als armenspinschool, hospitaal voor tyfuslijders en weefschool. In 1884 werd ze onder pastoor Adolf De Bien neogotisch verbouwd en opnieuw voor de eredienst opengesteld.