Het werk van José Vandenbroucke reist naar de Kunstmuur

José Vandenbroucke is een gekend figuur in Deerlijkse middens. Zijn band met onze gemeente is nog altijd heel sterk, ook al woont hij ondertussen enkele jaren in Zwevegem. Ook zijn werk vindt binnenkort zijn weg naar Deerlijk, waar je het deze maand kan zien aan de Kunstmuur in OC d’Iefte. José vertelt in zijn eigen stijl en eigen woorden, zo gebald mogelijk wie hij is en wat hij met die ondertussen veelgebruikte Kunstmuur komt doen.

‘Ik ben geboren op 13 september 1950 en woonde vanaf mijn geboorte in de Pikkelstraat in Deerlijk. Toen ik 25 was kwam eros in mijn leven. Er was ineens zoveel moois te zeggen, te beschrijven, te verbeelden. Zoveel weerloosheid die moest gekoesterd worden. Ik had potlood en papier, schaar en lijm, een typemachine, een fototoestel, bandopnemers. In de stad verschenen de eerste kopiewinkels met prachtige machines. Bij Arnaud in de Beverstraat verhuurde men videoapparatuur. Ik had mijn lichaam en mijn moedertaal, ook wat Engels van de media en wat Frans van mijn Waalse en Noord-Franse kompanen. Ik had artistieke partners, waarvan de voornaamste Mirei, mijn levenspartner. Ik kon nu drukken, geluids- en videowerk maken, fotograferen, multipliceren, mezelf als performer manifesteren. Ik was geen ‘schone-kunsten-kunstenaar’, maar toch bereikte ik met ‘My art needs your art’ veel mensen.’

‘Van 1981 tot 2002 was ik als ‘Templepost’ een actief medewerker van het wereldwijde Mail-Art-Network. Ik kreeg bezoekers uit USA, Japan, Brazilië, de toenmalige Oostbloklanden, Engeland, Frankrijk, de beide Duitslanden en Nederland. Deerlijk werd voor velen ‘the place to be.’ Zelf werd ik ook op veel plaatsen uitgenodigd. Aan het lokale cultureel leven besteedde ik weinig aandacht. Terwijl ik in Zuid-West-Vlaanderen als arbeider mijn kost verdiende, profileerde ik mij elders als een passioneel kunstenaar met een geschiedenis. Ik leefde in twee werelden, al het ene kon niet zonder het andere. Toen mijn global network van de twintigste eeuw oud werd en uitdoofde, vond ik – voor mij zo verrassend – een warme thuis in het Deerlijk van de eenentwintigste eeuw. Na mijn zestigste kwam ik in contact met de lokale cultuurverenigingen en hun militanten, de plaatselijke kunstenaars. Een nieuw begin na bange dagen. Deerlijk werd mijn wereldhoofdstad. Deerlijk bleek meer dan ooit het hoofdkwartier voor mijn pogingen tot artistiek, in woord en beeld, een getuige van hoe bijzonder elk leven is, ook het mijne.’

‘Ik mocht in mei 2013 als eerste aan De Kunstmuur exposeren. Nu krijg ik opnieuw de kans me via De Kunstmuur uit te drukken. De wereld is veranderd. Ik ben ouder geworden. Ik woon nu op een uur stappen van het centrum. Ik heb geen atelier meer, maar de behoefte via kunst te communiceren blijft. In veel van mijn werk, dat geen resultaat is van verworven metier, maar van denken, filosoferen en proberen, verwijs ik naar Deerlijk. Voor De Kunstmuur ga ik op zoek naar die vertelling. Een reeks nachtfoto’s die de uitdrukking zijn van mijn verwondering voor de magie van de nacht, de stilte, de duisternis. Met daarbij enkele werkjes van voor en na de verhuis vanuit de Pikkelstraat naar waar ik nu woon. Ik zie de kunstenaar als verteller in wiens werk de burger, de mens, de sterveling, zijn persoonlijke ervaringen weerspiegeld ziet. De kunstenaar als spiegel van de dingen die zijn en de dingen die niet zijn. Kunst is niet veel. Wie zieke mensen kan genezen, wie een huis kan bouwen, doet meer. Wie een kind veilig laat geboren worden, wie een overledene met eerbied begraaft, doet meer. Maar niemand laat niets achter. Ook niet de kunstenaar die zich uitdrukt en exposeert. Evenmin de kijker die kijkt en ervaart.’