Erfgoed

Gaverkasteel

gaverkasteel

Het kasteel van Deerlijk, beter bekend als het 'Gaverkasteel', heeft geen eeuwenoude geschiedenis. Het dateert uit de eerste helft van de 19de eeuw en was vroeger een schapenhoeve. Dit kasteel, lange tijd aan het oog van het publiek onttrokken door bomen en zijn afgelegen ligging, werd opgericht door Messire Aster Vercruysse de Solart, geboren te Kortrijk op 16 april 1834 en overleden te Gent op 16 juli 1921.

Aan de muren van de paardenstal hangt in ijzeren cijfers het jaartal 1772. In het venster van de hal prijkt het wapen van de heer Aster Vercruysse de Solart. Het bestaat uit een azuren schild met een zilveren tandwiel en 21 gouden kruisjes. De Latijnse kerkspreuk luidt: sub cruce labor.

Kapel O.-L.-Vrouw ter Ruste

kapel olv ter ruste

In de jaren 1600 bestond deze kapel nog niet. Er stonden ook geen huizen in de omgeving. Dit stuk van Deerlijk was wel bos. Deze plaats en de omgeving droeg de naam 'Asschendries'.

Dit bos was eigendom van ridder de Cassina, nog van Italiaanse oorsprong, maar woonde toen in Deerlijk. Volgens de legende was er in het gezin van ridder de Cassina een dochtertje ernstig ziek. Er werd gevreesd voor haar leven. Daarom beloofden ridder de Cassina en zijn jonkvrouw aan de O.-L.-Vrouw dat ze een kapel zouden bouwen ter ere van haar, indien hun dochtertje zou genezen. Ze zouden het hout van één van de grootste bomen gebruiken om de kapel te bouwen. Het kind genas, maar de belofte werd vergeten.

Op zekere dag werden de bomen in het bos op de Asschendries geveld. Deze bomen moesten weggevoerd worden uit het bos om elders verwerkt te worden, maar de grote boom vervoeren, bleek onmogelijk. Zes paarden werden voor de boomezel, een tuig op twee wielen dat gebruikt werd om gevelde bomen te verslepen, gespand. Maar toch verroerde de boom geen boomwortel, zoals ook staat afgebeeld op het brandglas in het venster boven het altaar.

Toen besloot men de boom middendoor te zagen. Tijdens het zagen viel een Mariabeeldje, dat nu verwerkt is in het altaar, uit de boom. Bij het zien van dat beeldje herinnerde ridder de Cassina zich zijn belofte.

De kapel ter ere van O.-L.-Vrouw werd op deze plaats gebouwd in het jaar 1936. In de loop der jaren werd de kapel vergroot en gerestaureerd.

De kerk van O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen van Sint-Lodewijk

kerk stlodewijk

Op de weg van Zwevegem naar Vichte, op het gehucht de Pladijshoek (nu Sint-Lodewijk), liet Kortrijkzaan Adriaan Andries in 1666 een kapel bouwen ter ere van O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen. In talrijke documenten staat zij omschreven als de Capelle te Keyselberge en stond de kerk waar tot in de tachtiger jaren herberg 'De Lustigen Boer' gehouden werd.

In 1774 werd het heiligdom aanzienlijk vergroot zodat de oude kapel tot portaal diende van de nieuwe. In 1804 werd de kapel verheven tot proosdij met een vaste proost en in 1855 werd Sint-Lodewijk uiteindelijk een zelfstandige parochie.

In 1869 werd de kapel, die te klein geworden was, vervangen door een kerk, eveneens toegewijd aan O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen. De oude kapel raakte langzaam in verval en werd in 1885 gesloopt.

In 1969 werd de kerk gemoderniseerd onder leiding van de Kortrijkse architect H. Pauwels. Het neogotische meubilair werd verkocht, alleen het beeldhouwwerk bleef bewaard. Het hoofdaltaar heeft een metalen tabernakel door Paul van Rafelgem, ca. 1969. De kerk heeft een Cornil Cacheuxorgel uit 1734; het schilderij van Joos van Moerkerke van 1619 stelt in zes taferelen het passieverhaal voor.

Molen Ter Geest en Te Zande

molen

In de 19de eeuw sierden acht molens Deerlijks grondgebied. Enkel de molen Ter Geest en Te Zande heeft de moeilijke tijden getrotseerd. De molen werd in 1768 als oliemolen geboren. Deze houten windmolen was oorspronkelijk een 'staakmolen' of 'standaardmolen'. Hij stond immers op een 'standaert' en was als het ware met een staak of verticale zware boom in de grond vastgezet, waar de hele molen op hing. Een zware storm beschadigde de molen in 1800. Enkele jaren bleek hij wonder boven wonder toch weer volledig te werken.

Begin 19de eeuw was de molen zowel een graan- als oliemolen. De molen was intussen in handen gekomen van de familie Declercq, die er tot op vandaag nog altijd eigenaar van is. Rond 1900 brandde de molen echter volledig af. De hergeboorte van de molen werd niet lang uitgesteld, want een nieuwe stenen molen werd kort daarna opgetrokken.

Bij de terugtocht van de Duitse troepen in 1918 liep de molen zware schade op door een obusinval. Een jaar later draaide de molen weer als nooit tevoren. Hij werd een beschermd monument bij Koninklijk Besluit van 14 april 1944.

Tegenwoordig maalt de familie Declercq nog steeds graan. De molen is momenteel echter niet langer maalvaardig.

De molen bezoeken?

Ligging: Waregemstraat 476, 8540 Deerlijk
Eigenaar: Jules Declercq, Waregemstraat 476, 8540 Deerlijk - tel. 056-71 15 96
Bezoeken: enkel op afspraak met de eigenaar

Geboortehuis René De Clercq

museum rdc

In het geboortehuis van dichter René De Clercq bevindt zich het René De Clercqmuseum. Zijn ouders hielden er de herberg Het Damberd. Het gebouw uit 1790 is eigendom van de gemeente en is wettelijk beschermd. De gemeentediensten restaureerden het vakkundig onder leiding van Monumenten en Landschappen.

Het museum werd op 9 juni 1991 geopend. De benedenverdieping verwijst naar de tijd van De Clercq met de woonkamer, de keuken en zijn werkkamer. De verdieping is een moderne museumruimte, waar het leven van de dichter in woord en beeld wordt uitgebeeld. Een video zorgt voor een visueel attractieve voorstelling van het geheel.

Het museum bezoeken?

Adres museum: René De Clercqstraat 8 - 8540 Deerlijk
Openingsuren en bezoeken: van Pasen tot Allerheiligen iedere zondag van 14.30 u.  tot 18 u. en na afspraak met Jan Dhaluin - tel. 056-72 86 70.

  • Rondleiding museum: 20 EUR (ca. 40 min.).
  • Rondleiding museum en kerk met St-Columbaretabel: 30 EUR (ca. 80 min)

Sint-Columbakerk

columbakerk

Wanneer de oudste, wellicht houten, kerk ontstaan is en hoe zij eruitzag, is moeilijk te achterhalen. In de tweede helft van de 12de eeuw werd zij echter vervangen door een Romaanse kruiskerk, opgetrokken in Doornikse blauwsteen. Ze had een middentoren, een vlak afgesloten koor, een dwarsbeuk en een driebeukig schip waarvan de middenbeuk hoger opgebouwd was dan de aanpalende, smalle zijbeukjes. 

Naderhand werd de kerk verbouwd tot een ruime driebeukige hallenkerk met drie even hoge beuken. In die opbouw bleven de Romaanse middentoren, de dwarsbeuk en de middenbeuk behouden.

Aan het einde van de 16de eeuw lag, waarschijnlijk ten gevolge van strooptochten van de Oostendse vrijbuiters of van de Geuzenopstand, de kerk gedeeltelijk in puin. De zuidbeuk en het zuidkoor werden gesloopt en de kerk werd tot een tweebeukig geheel verkleind. De toren kreeg een nieuwe klokkenverdieping en een hogere spits.

De kerk, zoals die er nu uitziet, dateert van het jaar 1775. Bij de bouw bleven de toren en de zuidelijk dwarsbeuk, het zogenaamde Klein Deurke, behouden. Alles kwam onder één dak te liggen.

Sint-Columba is de patroonheilige van de Sint-Columbakerk. Deze merkwaardige heilige wordt naast Deerlijk alleen nog in Soulme (Namen) vereerd. Zij werd geboren in een adelijke, heidense familie in Zaragoza maar bekeerde zich. Na enkele omzwervingen stierf zij de marteldood. Zij werd onthoofd in Sens (Fr.) rond 274.

Sint-Columbaretabel

columbaretabel

De Sint-Columbakerk bevat een merkwaardig retabel van haar patroonheilige Sint-Columba. Dit gepolychromeerd eikenhouten retabel werd vermoedelijk vervaardigd in een Kortrijks atelier en zou van de hand van Jan Demeyere zijn.

Het  beeldt in tien taferelen het leven en de marteldood uit van de Heilige Columba, volgens haar hagiografen een adellijk meisje uit Spanje dat op 31 december 274 te Sens in Frankrijk werd onthoofd.

Van 1982 tot 1988 werd het retabel door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in Brussel grondig gerestaureerd.