Zwerfvuil

Preventietips, keurige sorteermogelijkheden, regelmatige ophalingen ... Overheden, verwerkingsbedrijven en andere initiatieven doen wat ze kunnen om de afvalstroom te controleren. Dat er desondanks nog zoveel zwerfvuil is, heeft dus niets te maken met gebrekkige mogelijkheden om afval ordentelijk kwijt te raken. Afval kan op verschillende manieren gaan ‘zwerven', maar dat doet het hoogst zelden uit zichzelf.

Met andere woorden: de schuld ligt meestal bij de mens. Vaak gaat het om gemakzucht, helaas komt er soms kwade wil aan te pas. De gevolgen zijn niet min: ongedierte, allesbehalve net, onveilig (bv. glasscherven), en mankracht en gemeenschapsgeld moeten ingezet worden om de boel op te ruimen.

Zwerfvuil voorkomen is dus een zaak van iedereen. Belangrijk is de vuistregel 'hoe minder afval je koopt, hoe minder je er achteraf moet zien kwijt te raken'. Vaste reflexen zoals vooruitdenken of uitdokteren hoe je afval bij kan houden tot je het ergens kwijt kan volgens de regels van de kunst.

Goed begonnen...

Geef schoolkinderen zo weinig mogelijk (potentieel) afval mee. Scholen zijn niet meteen bronnen van zwerfvuil, maar als kinderen van jongsaf aan afvalloos of minstens afvalarm leren leven, is de kans groter dat ze later niet klakkeloos ten prooi vallen aan het ‘gemakzuchtig alternatief'. Dus: brooddoos i.p.v. aluminiumfolie of andere wegwerpverpakkingen; retourflesjes met drank, de goeie ouwe drinkbus of een plastic beker met schroefdeksel; als tussendoortje fruit (of groenten) of een koek in de broodtrommel i.p.v. versnaperingen in wegwerpverpakking. De school zul je alvast niet horen klagen...

Ook ouderen kun je opvoeden. Probeer je omgeving ervan te overtuigen geen verpakkingen, sigarettenpeuken of ander afval op de grond te gooien (en geef zelf het goede voorbeeld).

Ongelukjes voorkomen

Ook onbedoeld kan je gedrag zwerfvuil veroorzaken door:

  • Afval naar het containerpark te brengen in een open aanhangwagen (of kruiwagen). Door de wind of de vaart van het rijden waait afval dan gemakkelijk weg. Een net of een zeil erover voorkomt dat.
  • Vuilniszakken te vroeg buiten te zetten. Katten of andere dieren ruiken etensresten en krabben de zak open, wind en luchtverplaatsingen veroozaakt door voorbijrijdend verkeer doen de rest. Verwerk vlees- en visresten zoveel mogelijk in de keuken en stop botjes, graten enz. eerst in een dichtgeknoopt (gerecupereerd) plastic zakje en dan pas in de vuilniszak (ruikt minder).

Gebruik afvalinfrastructuur waar ze voor dient

  • Op de meeste plaatsen waar veel volk komt (winkelstraten, frietkramen, benzinestations, markten, kermissen, evenementen ...) zijn openbare vuilnisbakken te vinden. Probeer dan ook de moeite te doen om een drankbekertje, een hamburgerverpakking enz. eventjes bij te houden tot je een vuilnisbak tegenkomt.
  • Openbare vuilnisbakken zijn geen goedkoop alternatief voor de huisvuilophaling. Gebruik ze alleen voor afval waar je onderweg mee zit, bv. een drankblikje, kauwgom, lege frietzak ...
  • Glascontainers dienen om glas in te gooien en niets anders. Zit de container vol, neem het glas dan mee terug of probeer elders. Laat de kartonnen doos waarin de flessen zaten niet bij de glasbol achter; gebruik liever een stevige bak die je iedere keer weer meeneemt en met leeggoed vult. En laat zeker geen ander afval achter. Probeer je in te beelden dat je zelf vlakbij woont... 
  • Wat geldt voor glascontainers, gaat ook op voor kledingcontainers.

Vermijd afval

  • Neem aan stations, op manifestaties, markten enz. geen pamfletten of strooibriefjes aan die je niet interesseren.
  • Een snelle hap op straat is ongezond en achteraf moet je het afval ergens kunnen deponeren het afval kwijt. Heb je toch zin in een warme wafel of een hamburger, deponeer de resten dan in de openbare vuilnisbakken.
  • Neem op de fiets, in de auto, tijdens wandelingen, uitstappen enz. eten en drinken mee in herbruikbare materialen (diepvriesdoosjes, drinkbussen, retourflessen, onbreekbare thermosfles ...).
  • Fruit voor onderweg hoef je niet te verpakken.
  • Koop geen bestek en borden van wegwerpplastic of karton.
  • Rook niet ... (dat heeft ook andere voordelen!).

Zorg voor ‘afvalhouders' en maak ze leeg waar het hoort

  • Neem altijd één of meer zakjes mee voor afval dat je niet kunt vermijden (snoepwikkels, kauwgom, klokhuizen, schillen, potjes, deksels, botjes van kippenbouten ...). Maak ze leeg of gooi ze weg in een openbare vuilnisbak of neem ze gewoon terug mee naar huis.
  • De asbak van je auto is een ingebouwde afvalhouder. Ledig hem nooit zomaar terwijl je ergens stilstaat, maar wel in een openbare vuilnisbak (parkeerplaats, benzinestation...) of thuis.
  • In de auto kun je een klein vuilnisbakje meenemen (bv. een exemplaar voor tafelrestjes). Misschien past het wel in de ene of andere houder waarmee moderne auto's uitgerust zijn. Bij sommige automerken is een groter afvalbakje een optie: het overwegen waard.
  • Vergeet het hondenpoepzakje (en een schepje...) als je met je blaffende viervoeter gaat wandelen.

Even stilstaan bij...

  • De levensduur van afval: als je iets weggooit, is het milieu er nog niet vanaf. Een bananenschil verteert in één tot drie jaar, afhankelijk van het weer. Zelfs een sigarettenpeuk vergaat pas na een jaar of twee. Een weggegooide PET-fles doet daar vijf tot tien jaar over, een bier- of frisdrankblikje 50 jaar. En een stukje kauwgom? 20 tot 25 jaar...
  • Consequentie: wie zware volle flessen of blikken kan meezeulen, moet de lege en dus lichtere spullen nog even kunnen bijhouden?
  • Wat je nooit ziet ‘zwerven': statiegeldflessen!
  • Delen

Dienstverlening